Olie verversen is een belangrijk en wordt onderschat. Het blijft een zeer belangrijk onderdeel van het onderhoud van een auto, bromfiets of motorfiets. Vooral de levensduur en de prestaties van de motor worden voor een groot deel bepaald door de smering en de kwaliteit van die smering.

De keuze van de correcte en kwaliteitsvolle motorolie is belangrijk.
Dit zorg voor een optimale smering waardoor:

  • De motor beter draait
  • De motor altijd de beste prestatie kan leveren
  • De motor in de best mogelijke staat blijft

 

Waarom en wanneer olie verversen

Het oliefilter vangt al het zweefvuil op dat in de olie komt. Toch moet de olie van tijd tot tijd worden vervangen. Olie heeft een aantal eigenschappen die door het gebruik worden aangetast. Vooral bij veel korte ritten of langdurige stilstand van het voertuig zal de kwaliteit van de olie sneller achteruitgaan.

Olie wordt vervuild door verbrandingsresten, slijtage en deeltjes stof. Daarom is in het oliecircuit van uw motor een filter opgenomen, dat alle ongerechtigheden groter dan 10 micron uit de olie houdt. Hierdoor komt de olie schoon bij de bewegende delen. Voor een goede werking, dient het oliefilter regelmatig te worden vervangen. Het oliefilter zit aan de buitenzijde van de motor gemonteerd en zorgt zodoende ook voor koeling van de olie. Door het filtreren en koelen wordt de inwendige slijtage van de motor tot een minimum beperkt.

Interval

Door verfijnde fabricagetechnieken en door het gebruik van steeds verbeterde materialen krijgen motoren een steeds langere levensduur. Ook de motorolie zelf wordt continu verbeterd. In het onderhoudsboekje dat bij uw auto hoort staat precies aangegeven welk interval u dient aan te houden. Dit is van groot belang voor de levensduur van uw motor. Om uw motor te beschermen en de werking te optimaliseren, is het verstandig regelmatig uw oliepeil te controleren en te verversen.

Vloeibaarheid (viscositeit) van olie

Naarmate olie in de motor warmer wordt, neemt de vloeibaarheid toe. De olie wordt dikker naarmate de temperatuur daalt. De vloeibaarheid van de olie wordt ook wel viscositeit genoemd.

De mate van de viscositeit staat vermeld op elke olieverpakking en bestaat uit 2 getallen gescheiden door de letter W. Dit wordt een SAE-specificatie (Society of Automotive Engineers) genoemd (Bijv. 10W-40). Het is van groot belang om uw motor te vullen met het juiste type olie. Deze kunt u oa terug vinden in het onderhoudsboekje van uw auto.

5W / 10W / 15W
Hoe lager het eerste getal, des te dunner de olie blijft bij lage temperaturen. Dit maakt het starten van de motor bij kou gemakkelijker (W = Winter).
20 / 30 / 40 / 50
Hoe hoger het tweede getal, des te dikker de olie blijft bij hoge motortemperaturen (zomer). Deze olie noemen we multigrade en houdt in dat deze zowel voor de zomer als voor de winter geschikt is (5W30, 10W-40 etc.). Deze aanduiding heeft verder niets te maken met de kwaliteit van de olie.

Gevolgen van slechte/geen smering

Hierboven zijn de drijfstang lagers te zien, duidelijk te zien is dat de lagerschaal, aan de rechterkant, helemaal verbrand is als gevolg van een slecht smering.
De lagerschaal aan de linker kant is wel naar behoren.

Hierboven is een zuiger te zien met groeven aan de zijkanten en stuk geslagen zuigerveren,
dit door een slechte doorvoer en/of aanvoer van motorolie.

Hierboven diepe groeven in de cilinderwand, als gevolg van de stukgeslagen zuigerveren van de zuiger hierboven.

Hierboven is het klep gedeelte van de cilinderkop te zien, die (over het algemeen) hoort te glimmen. Maar doordat er te lang is doorgereden met oude olie, zijn de ‘dopes’ uitgewerkt en is er het zogenaamde ‘Black Sludge’ ontstaan.

Hierboven is een oliezeef te zien. Deze zit onder op het motorblok in de carterpan. de functie van deze zeef is het grove vuil uit de olie te halen. Als gevolg van het niet verversen van de olie is deze zeef verstopt geraakt en de olie toevoer geblokkeerd.

Hierboven zijn een aantal voorbeelden te zien van het niet of niet tijdig verversen van de motorolie.
De gevolgen hiervan zijn dure reparaties die zeker verholpen had kunnen worden.

Oliepeil meten

Er word aangeraden om het oliepeil regelmatig (elke 1.000 km) te controleren. Wanneer u vermoedt dat de auto aanzienlijk meer olie verbruikt dan voorheen, neem dan direct contact op met uw onderhoudsspecialist.

1. Zet je auto op een vlakke ondergrond (dus geen helling of schuine oprit).
2. Als de motor nog warm is, wacht dan 15 minuten. De olie wordt tijdens het rijden omhoog de motor in gepompt en
zal eerst naar beneden moeten zakken.
3. Haal de peilstok eruit en maak hem schoon met een niet pluizende doek.

De peilstok is te herkennen aan de grote hendel, vaak van plastic gemaakt. Onderaan de peilstok staat een minimum- en maximumteken. Soms staat er add of full op de peilstok vermeld.

4. Doe de peilstok opnieuw in de tank en haal hem er weer uit (als je de peilstok niet eerst schoonmaakt, krijg je een
vertekend beeld).
5. De olie moet nu ergens tussen het minimum en maximum teken staan.
6. Als de olie net onder of net boven het minimumteken staat, moet de olie bijgevuld worden. Vul de olie, indien
gewenst, bij tot net onder het maximum (tussen minimum en maximum zit 1 liter).
7. Vergeet niet eerst de peilstok terug te stoppen.

Rijdt nooit door met een oliepeil dat lager is dan het minimumstreepje op de peilstok.

Olie bijvullen

Wanneer het olieniveau beneden het peil is, dient u motorolie toe te voegen. Dit kan in vrijwel alle gevallen middels de vulopening, vaak duidelijk zichtbaar aan de bovenzijde van de motor. In een enkel geval dient u de olie bij te vullen via het gat van de peilstok.

De vuldop voor de olietank is te herkennen aan het olietekentje (Een oliekannetje waar een of meerdere druppels uit vallen).

1. Verwijder de vuldop en vul met een trechter de olie bij.
2. Kijk wel uit dat je geen olie morst! Als het op de hete delen van de motor komt, kan de olie gaan branden. Meestal is
een halve liter voldoende.
3. Draai de dop na het bijvullen weer goed vast.

De minimum en maximum aanduiding op de peilstok, geven een verschil aan van 1 liter. Voeg de olie met kleine hoeveelheden toe, zodat voorkomen wordt dat het peil te hoog staat en leeggehaald dient te worden.

De man die rijk werd van Castrol motorolie zegt nu dat olie verversen eigenlijk helemaal niet nodig is. Zelf rijdt hij al 350.000 kilometer op dezelfde smering.

Het Grote Olieschandaal: honderden miljoenen euro’s per jaar aan verspilling én een niet in geld uit te drukken schadepost voor het milieu. Henk de Groot, oud-directeur van Castrol Nederland, voert een kruistocht tegen wat hij noemt de ‘olieververs maffia’.

De Groot stelt dat automobilisten, motorrijders en truckers onnodig op kosten worden gejaagd omdat ze met grote regelmaat de olie van hun motoren laten verversen. Want dat schrijven garages en fabrikanten immers voor.

En wie wil nu het risico nemen dat de garantie op de heilige koe in gevaar komt… ,Mijn auto rijdt al 350.000 kilometer op dezelfde motorolie. Daarbij ontzie ik mijn portemonnee én het milieu.”

Henk de Groot heeft een peilstok met chip uitgevonden die aanwijzingen geeft wanneer het mis is met de kwaliteit van de motorolie. Een universeel apparaat, dat in vrijwel elke auto past.

De praktijk leert, volgens de deskundige met een petrochemische én motortechnische achtergrond, dat het zwarte goedje pas na honderdduizenden kilometers of jaren van autogebruik hoeft te worden vervangen.

Geregeld bijvullen als het peil te laag uitkomt, is natuurlijk wel noodzaak. Voor het overige worden we met z’n allen beduveld. Het gaat om serieuze bedragen en serieuze vervuiling.”

Met een Nederlands autopark van zes miljoen voertuigen waarvan de olie eens per jaar wordt vervangen, praat je al snel over een bedrag van ruim 600 miljoen euro en minstens dertig miljoen liter zwarte smurrie die moet worden weggewerkt.

Wereldwijd is het duizelingwekkend: 200 miljard euro aan verspilling. Om van de enorme vervuilde olieplas nog maar te zwijgen.

“Ook daarom luid ik de noodklok”, vertelt De Groot, “voor mijn kleinkinderen. Ik zie geregeld hoe mensen voor hun huis olie verversen en het oude spul in de afvoerput kieperen.

Garagebedrijven voeren het af naar een centrale verwerking, waar de olie tot asfalt wordt gerecycled. Maar milieuorganisaties wijzen erop dat reststoffen uiteindelijk toch weer in het grondwater belanden.”

Henk de Groot timmert al lang aan de weg. Hij liet al jaren geleden weten dat olie verversen om de 10.000, 20.000 of zelfs 30.000 kilometer onzinnig is. Er was veel belangstelling en de oud-Castrol-topman toonde met het autopark van klanten, die tot wel 300.000 kilometer reden voor ze hun motorolie lieten vervangen, aan dat verversen geldklopperij was.

Met de door De Groot geleverde peilstok controleerden ‘langgebruikers’ de kwaliteit van de olie. Waarbij in de nieuwste versie een chip alarm slaat als het mis gaat met het zuur- of zoutgehalte.

Tentakels

“Maar de tentakels van de industrie zijn lang, de autobranche is machtig, de olielobby een wereldspeler”, aldus Henk de Groot. ” Daarom ben ik monddood gemaakt, de belangen zijn te groot. Zelfs laboratoria worden door de grote oliemaatschappijen betaald en dus beheerst.

Den Haag toonde aanvankelijk interesse, maar een proef met het bedrijfswagenpark van een busonderneming – er was al voor meer dan 100.000 euro subsidie toegezegd voor het geval dat de motoren in de soep zouden lopen – werd plotseling gestopt. De overheid heeft ooit veel geld in een verwerkingscentrale bij Rotterdam gestoken, ik denk dat ze geen zin hadden om de contracten met die fabriek over de aanlevering van vervuilde olie te verbreken.”

Want alles draait om geld, zo zegt De Groot. “Mensen denken dat het foute boel is als olie inktzwart blijkt, het omgekeerde is waar! Vuildeeltjes in moderne olie, vaak koolstofresten, krijgen een omkapseling. De olie wordt daardoor zwart en dikker bij hitte, maar dat is juist goed. Olieverversen is een bijgeloof, door de industrie in stand gehouden. Want op elke liter motorolie maken de grote jongens veel winst. Het hele idee stamt uit de tijd van die stokoude T-Fordjes!”

Een rondgang bij garages en onderhoudsbedrijven leert dat veel monteurs hun eigen auto vaak veel langer laten doorrijden dan officieel wordt aangegeven. Maar niemand wil geciteerd worden. “Want dat kost klanten, dus broodwinning en uiteindelijk mijn baan.”

Bij milieuambtenaren in Den Haag ving Henk de Groot in het verleden ook tal van keren bot. “Leuk hoor, dat u meedenkt”, werd hem dan fijntjes verteld, “maar onze taak is niet om afval te voorkomen, wij zijn er om afval te verwérken!”

Jules Maaten, Europarlementariër voor de VVD, noemt de bevindingen van de oud-Castrol-directeur baanbrekend. “Als meneer De Groot gelijk heeft, dan ligt hier een prachtige kans voor een schonere wereld. Ik ga de Europese Commissie schriftelijke vragen stellen over de cyclussen van olieverversen. Als wij ons voor het karretje van industrie en olielobby laten spannen, moeten er stappen volgen. Automobilist en milieu worden immers al genoeg gepakt.”

We moeten even terug naar het begin van de ontwikkeling en de productie van de auto.

Toen verbrandingsmotoren grootschalig werden toegepast, bleek regelmatig olie verversen noodzakelijk. Dit gebruik vond in eerste instantie vooral plaats in Noord Amerika en het betrof vrijwel uitsluitend benzinemotoren.

Naar huidige maatstaven waren die motoren primitief, vooral voor wat de verbranding, de brandstoftoevoer en de afvoer van schadelijke verbrandingsgassen betreft. Motorolie was bedroevend ontoereikend om de motoren doelmatig te laten functioneren.

In de jaren dertig ontstond dan ook de kreet: “Check your brakes and Change your oil”. De olie was toen van heel bedenkelijke kwaliteit. Om een redelijke levensduur van de heilige koe te waarborgen werd om de 1000 km de olie ververst.

Door slechte carterventilatie wordt de olie zuur en verliest haar smerende eigenschappen.

De motoren werden beter, de choke werd automatisch, de verbranding werd veel beter, echter de “rijwind” carterventilatie, welke te herkennen was aan het luchthappertje op de motorkap en een afzuigbuis aan de onderkant, werkte slecht en al helemaal niet als de auto stilstond. Door milieuwetgeving werd deze ” rijwind” carterventilatie verboden. De naar de buitenlucht afgevoerde dampen moesten worden teruggezogen naar de motor. Dit werd positieve carterventilatie genoemd of wel PCV (Positive Crankcase Ventilation). Bij goed en regelmatig onderhoud werkt dat veel beter.

Echter de praktijk laat zien dat onderhoudsmonteurs niet of onvoldoende op de hoogte zijn van de diverse uitvoeringen van de PCV.
Wanneer de PCV verstopt raakt zal de waterdamp in het carter condenseren en zal er onherroepelijk verzuring van de olie optreden. Hierdoor verliest de olie haar smerende eigenschappen.

Groot Deel Van Ons Wagenpark Zo’n 9 Miljoen Auto’s Heeft Verstopte PCV Kleppen En Vervuilde Slangen

Een onwaarschijnlijk groot deel van het Nederlandse wagenpark rijdt rond met een geheel of gedeeltelijk verstopte PCV kleppen en/of vervuilde slangen. Een kennis werd gewezen op de noodzaak om de in zijn auto aanwezige PCV klep te vernieuwen. De termijn voor vervanging was al ruimschoots overschreden. Bij de eerstvolgende onderhoudsbeurt bleek de dealer (van een groot en bekend merk) een dergelijke klep niet eens op voorraad te hebben. Het antwoord was : “ We hebben er nooit klachten over gehad!!”

Ik mag gerust stellen dat de carterventilatie het stiefkindje is van het voorgeschreven onderhoud . Vaak is het niet eens door fabrikanten voorgeschreven. Carter ventilatie zorgt er namelijk voor dat verbrandingsgassen, die langs de zuigers in het carter komen (blow by), afgevoerd worden. Als dat niet of onvoldoende gebeurt dan condenseert de waterdamp. Het aldus ontstane water vormt vaak sludge, een mayonaiseachtige substantie. Het is dan meestal zichtbaar onder de olie vuldop en/of op de peilstok. Maar dan is vervanging te laat, de schade is al aangericht.

Onvoldoende carterventilatie met als gevolg zuurvorming van de olie

Ik moet dan ook constateren, dat onvoldoende wordt onderkend, dat slecht werkende carter ventilatie verreweg de grootste oorzaak is van extreme motorslijtage. Bij stilstand in files, bij stoplichten en bij lage snelheden condenseert de (water)damp in de carter en veroorzaakt grote schade. “Zure” olie heeft zijn beschermend en reinigend vermogen verloren. De koolstof gaat “weer”klonteren, stalen delen kunnen gaan roesten en de motor gaat vervuilen, vooral de carterventilatie. De olie bereikt ook niet de belangrijke bewegende delen die dan vervolgens beschadigd worden

Eind jaren 40 veranderde de situatie. Er werden toevoegingen (dopes) ontdekt die de zuurvorming in motorolie enorm tegenging. Deze zuurremmer is een “base’ ( vroeger was dat kalk – calcium- vergelijk de zuurremmer voor maagzuur) …tegenwoordig is het meer barium en magnesium. De zeer geringe zuurvorming in moderne motoren bij goede carterventilatie wordt geneutraliseerd door die “basische”stoffen. Deze dope was meer dan het tienvoudige effectiever in het verlagen van de zuurgraad.t De anti corrosie dope heeft meerdere functies, is zuurremmend / reinigend en verbetert de smerende / beschermende eigenschappen van de olie. En als de olie zijn beschermende waarde verliest door een tekort aan dope (depletie) dan is de reinigende werking ook verdwenen.

Roetdeeltjes of koolstofdeeltjes zorgen voor de noodzakelijke smering

Vroeger was motorolie nog niet voorzien van goede toevoegingen. Roetdeeltjes gingen klonteren. De grotere deeltjes, ook wel koolstofdeeltjes genoemd, zetten zich af op de metaaldelen in de motor en veroorzaakten verstoppingen van olie kanalen en oliefilters.(black-sludge) Het was dus logisch dat “zwarte” olie “vervuilde” olie werd genoemd en dat filters werden vervangen.
Alle vakmensen met een auto- / motortechnische opleiding krijgen te horen dat zwarte olie vervuilde olie is en dat oliefilters enorm belangrijk zijn.

Prof. F. Porsche wist natuurlijk dat die koolstof op zich niet zo schadelijk was dus liet hij zijn VW motor zonder filter. Kon die ook niet verstoppen.

Een toevallige bijkomende ontdekking was dat de anti-corrosie dope zich zodanig hechtte aan de roetdeeltjes dat deze niet meer gingen klonteren, Ze zorgden voor betere smering bij de koude start omdat ze al op de goede plaatsen in voldoende mate aanwezig waren. De omkapselde roetdeeltjes zaten in “suspensie” in de olie dwz ze zweefden in de olie. En bij verse olie zijn de roetdeeltjes gewoon niet aanwezig.

Onvoldoende smering door afwezigheid van koolstofdeeltjes

Ons wordt verteld dat het foute boel is als olie inktzwart blijkt, het omgekeerde is waar! Vuildeeltjes in gebruikte olie, voor het merendeel koolstofresten, zijn zogezegd omkapseld. De olie wordt daardoor zwart en dikker, maar dat is juist goed, want deze dikkere olie zorgt ervoor dat er een dikkere oliefilm achterblijft na het stoppen van een warme motor. De zwarte koolstofdeeltjes verbonden met de zuurremmer – roestremmer- zorgen voor een betere bescherming en koolstof is ook een extra smering bij koude start.

Je hoort wel van technisch onderlegde mensen dat de olie verouderd is en a.h.w. slijt door de grote druk in de te smeren onderdelen. Het antwoord is dan dat drukken in versnellingsbakken enorm veel hoger zijn dan in motoren en dat kleine beetje olie in de versnellingsbak kan niet eens worden ververst. Het verbruik is bijna nihil. Nooit verversen van versnellingsbak-olie is “voorgeschreven”. Er zit geen oliefilter in die bakken en 1 maal tandenpoetsen bij het schakelen veroorzaakt meer “‘ schadelijk slijpsel’ dan in motoren in een motorleeftijd. En hoe vaak draaien die versnellingsbakken in elkaar ? Vandaar dat we stellen:

De oplossing is even simpel als eenvoudig en maakt olie verversen “bijna” overbodig

Om nooit meer onnodig olie te hoeven verversen is een Olie Monitoring Methode kortweg OMM ontwikkeld. De kern van deze methode wordt gevormd door een chip of een metalen plaatje dat op de peilstok wordt aangebracht. Deze chip is een sensor van een heel specifieke samenstelling of legering. Zij meet de zuurgraad van de olie. Dit blijkt de belangrijkste indicator te zijn welke aangeeft of de olie nog voldoende smeer eigenschappen heeft. Hiermee kun je mogelijk beginnende schade aan de motor tijdig signaleren en kun je actie ondernemen om erger te voorkomen.

Wat moet ik daarvoor doen zul jij je wellicht afvragen?

Als jij zorgt dat:

1 de carterventilatie goed blijft functioneren

2 je regelmatig het oliepeil checkt en eventueel bijvult met voorgeschreven olie

3 je de chip op mogelijke verkleuring checkt en de oorzaak zoekt

4 je de ijzerdeeltjes van de licht magnetisch chip afveegt

5 je het oliefilter niet vervangt

6 je het luchtfilter controleert op goede afdichting en ongewenst vuil

dan hoef je nooit meer olie te verversen. En kun je erg veel geld besparen. Bovendien wordt het milieu ook nog ontzien. Ook de oliefilters gaan veel langer mee in tegenstelling tot wat de fabrikanten beweren.